maandag 2 maart 2009

Verslag gastspreker

Vandaag hebben we een concrete voorstelling gehad van wat toerisme nu eigenlijk juist inhoudt.
Hieronder heb ik een overzicht gegeven van de geziene aspecten en notities die ik heb genomen tijdens de voorstelling.

Toerisme is:
  1. een verplaatsing naar...
    • fiets/voet
    • auto(verhuring)
    • autocar
    • trein(spoorwegmaatschappijen)
    • vliegtuig(lijn-en chartervluchten)
    • cruise(zee, rivier en stad) -> ligt goed in markt omdat men alles aan boord kan vinden en een paradijslijk gevoel krijgt

  2. een verblijven in...
    • pension
    • bed & breakfast
    • vakantiehoeve
    • vakantiedorpen
    • jeugdherberg
    • hotel (*,**,***,****,*****)->classificatiesysteem (wat men mag verwachten van het hotel in kwestie)
    • camping(*,**,***,****,*****)
    • trekkershut
    (verblijfsaccomodatie leidt tot vrijgevigheid bij klanten, men kan de toeristen een programma aanbieden voor de hele dag)

  3. een telkens andere omgeving...
    • zon, zee, strand(sun, sea, sex)
    • gebergte(alpineski, klimmen)
    • natuurparken(safaris)
    • kunststeden(citytrips)
    • zee, rivier, stadscruises
    • ...
    iedere plaats op de wereld heeft toeristische potentie !

  4. dan de alledaagse omgeving...
    • toerisme
      • > 2 uur
      • > 25 km elders
    • recreatie
      • dagrecreatie
      • verblijfsrecreatie(tweede woning)

  5. om tijd vrij te besteden = activiteiten...
    • die mensen in hun vrije tijd doen
    • zelf voor kiezen, vanuit eigen motivatie of behoefte
    • bereid om hier veel geld aan uit te geven
    • waarbij andere mensen het mogelijk maken
    • ultieme behoefte = zelfrealisatie
    • vrije tijd is sterk toegenomen, is commerciĆ«le tijd
      • TV & internet
      • dagrecreatie
      • cultuurparticipatie
      • toeschouwersport
      • fitness->groeiende populariteit
    toerisme = kapitaalintensief (vliegtuigen, hotels, ...)
    toerisme = arbeidsintensief (animatie van mensen, koks, ...), mensen verdienen hun geld hiermee.


  6. Vrijetijdsindustrie
    • alle publieksverzorgende vrijetijdsvoorzieningen met een (boven-)stedelijke verzorgingsfunctie waarvoor een toegangsprijs wordt betaald:
      attracties/vermaak
      kunst/cultuur
      sport/spel
      welness/health
      horeca/uitgaan
      festivals/evenementen
      vrijetijdstoerisme/zakentoerisme
      natuur/erfgoed
      toerisme & recreatie
    • jonge, dynamische sector, onderhevig aan korte trendcylci en economische conjunctuur
    • onregelmatige piekbelasting door seizoensgebonden klimatologische invloeden, tijdelijke aard van werkzaamheden
    • leveren diensten gericht op vrijetijdsbesteding. Onderlinge verondenheid en afhankelijkheid wordt steeds sterker!
    • faciliteert sociale contacten en biedt ontspanning (1 op 3 mensen is single -> nood aan sociale contacten)
    • toegevoegde waarde is immaterieel
    • hoge mate van flexibiliteit (vb: bij slecht weer -> terras te groot / bij goed weer -> terras te klein)
    • veel kortlopende contracten(personeel, klanten)
    • hecten veel belang aan de locatie
    • relatief hoge personeelskosten(arbeidsgevoelig)
    • economische relevantie is hoog
      • 5% van de totale werkgelegenheid
      • wereldwijd grootste groeisector
    • sociale relevantie is nog hoger
      • verhoogt de kwaliteit van het leven
      • stimuleert de fysieke en mentale conditie
      • biedt inspiratie en onplooiing, innovatie en creativiteit
      • begrip en waardering, geluk en zelfvertrouwen
      • actieve levenshouding en maatschappelijke participatie
      • bruisende steden en vitaal platteland
    toerisme laat zich niet delokaliseren -> men kan het niet verplaatsen!

  7. bedrijven en sectoren
    • touroperators (organiseren van vakanties)
    • reisbureaus (bemiddelen en verkopen van)
    • transport: luchtvaart, spoor, boot, auto, fiets...)
    • logies: familie en ketenhotel, b&b, horeca...
    • sport en recreatieparken, vakantieparken,
    • gids en reisleiding,
    • musea, cultuurcentra, attracties, ...

  8. trends, kansen en bedreigingen
    • mensen ontlenen hun identiteit in toenemende mate aan wat zij in hun vrije tijd doen; vrij tijd geeft status!
    • de eisen aan kwaliteit zijn hoog, de belevingsopbrengst moet gegarandaard zijn en de consument heeft er steeds meer geld voor over (vrijetijdsbudget is 25% van gezinsbudget)
    • vrijetijdsbesteding wordt een consumptie van uiteenlopende commerciĆ«le vrijetijdsdiensten
    (uitgaven van kleding en voeding dalen, uitgaven van vrije tijd stijgen)



1 opmerking:

  1. Uit uw verslag blijkt dat het een zeer interessant gastcolleges was dat duidelijk weergeeft wat toerisme in grote lijnen inhoudt. Al dacht ik wel dat toerisme minimum meer dan 24u is ipv meer dan 2u zoals in uw verslag staat. Zo hebben wij het toch geleerd vorig jaar, maar dit kan natuurlijk ook een typfoutje zijn! Het belangrijkste punt voor mij dat naar voor komt in uw verslag is het feit dat toerisme niet delokaliseerbaar is. Dit is van groot belang in deze tijd van crisis!

    Nina
    2 TRM C1

    BeantwoordenVerwijderen