maandag 23 februari 2009

Tweede concurrentieanalyse en eigen criteria

Het leek me interessant om ook facebook eens van naderbij te bekijken aangezien dit één van de populairste sociale netwerken is van vandaag.

Misschien komt het omdat ik er tot vandaag nog geen aandacht aan had besteed maar over het algemeen heb ik niet zo een positieve eerst indruk van de site.
De snelheid van het laden is goed maar de informatie die soms wordt vrijgegeven boeit mij persoonlijk allerminst, al kan ik er dan weer wel inkomen dat andere mensen het leuk vinden deze informati
e te verkrijgen. Net als mySpace heeft facebook een goede look and feel die voldoende herkenbaar is. Facebook geniet van een duidelijke structuur waardmee gebruikers gemakkelijk alle onderdelen waaronder de homepage kunnen bereiken. Menunamen zijn kort en vanzelfsprekend. De content van de site wordt aangebracht door de gebruiker die dan ook weer zelf bepaalt welke informatie hij van wie wenst te verijkrijgen. Aangezien een sociaal netwerk draait om het maken van online vrienden, is het gemakkelijk om contacten te leggen.
Daarnaast is interactie is natuurlijk ook volop aanwezig.
Verder is de site goed leesbaar omwille van goed gekozen teksteigenschappen en de schrijfstijl die voor het grootste deel bepaald wordt door de gebruiker zelf.
Ook op technisch vlak is facebook in orde

Het is me dus duidelijk geworden dat sociale netwerken voor het grootste deel overeenkomen als ik er een concurrentieanalyse op toepas.
Ik denk dan ook dat ik op grond van voorgaande concurrentieanalyses al een hoop criteria kan selecteren die belangrijk zijn voor mijn project.
  • De homepage van de site moet altijd en overal gemakkelijk bereikbaar zijn
  • Er moet een duidelijke en consistente structuur zijn
  • Leden of informatie van leden moeten gemakkelijk te vinden zijn d.m.v. een zoekfunctie
  • De informatie moet relevant (met betrekking tot toerisme) en up-to-date zijn
  • Interactie !
  • Als sociaal netwerk moet het eenvoudig zijn met andere gebruikers in contact te komen
  • Audiovisuele bestanden moeten correct vervaardigd zijn
  • De site moet technisch in orde zijn
  • De vormgeving moet een samenhangend geheel vormen dat herkenbaar is

woensdag 18 februari 2009

Eerste concurrentieanalyse

Na het voltooien van mijn brief of concept heb ik vandaag een eerste concurrentieanalyse uitgevoerd op basis van één van de documenten die we in de les hebben gekregen.

Het leek me voor mijn project nuttig om MySpace te bekijken.

Hieronder heb ik een besluit geschreven van mijn evaluatie.


Op het eerste zicht is MySpace wat ik verwacht van een social network. Het lijkt me vanzelfsprekend dat de informatie die een sociaal netwerk biedt, voldoende interessant is aangezien ze volledig gecreëerd wordt door gebruikers. Gebruikers kiezen immers zelf van welke andere gebruikers ze informatie wensen te verkrijgen. Deze informatie is zeer up-to-date aangezien de site dagelijks een overzicht geeft van nieuws betreffende gebruikers, muziek, filmpjes…
Ondanks het feit dat de site een typische Web 2.0 lay-out heeft, lijkt het witblauwe ontwerp van MySpace me zeer herkenbaar en het logo is regelmatig terug te vinden.
De navigatie is goed omdat de gebruiker altijd gemakkelijk terug naar de hoofdpage kan gaan door middel van een knop in het menu, de site een duidelijke structuur heeft die amper verandert wanneer men doorheen verschillende pagina’s navigeert, menunamen logisch en kort zijn en hyperlinks altijd duidelijk zijn. Toch heb ik het soms moeilijk met het vinden van sommige opties en weet ik niet altijd helemaal waar ik naartoe kan.
Voor het zoeken is de gebruiker instaat een selectie te maken tussen een aantal domeinen waarin men wilt zoeken.
Volgens mij voldoet de site helemaal aan de verwachte interactie. Bovendien moet men alleen elkaars vriend zijn alvorens men instaat is te communiceren wat het leggen van contacten eenvoudig maakt.
Op het lettertype, het kleurgebruik en de schrijfstijl kan ik niets opmerken. Teksten zijn zeer geschikt voor het web omdat ze bestaan uit korte zinnen, nieuwsberichten of reacties van gebruikers.
Aan de technische kwaliteit is weinig of niets op te merken. Buiten dan dat door het het feit dat MySpace een sociaal netwerk is, het ervoor zorgt dat de inhoud van de site nogal ongeschikt is om te printen maar ik denk niet dat dit van de site verwacht wordt.

vrijdag 13 februari 2009

Brief of concept

Vandaag heb ik heel de dag aan mijn brief of concept gewerkt, waaraan ik woensdag reeds begonnen was.
Hierin heb ik een eigen invulling van het thema neergeschreven, dit wil zeggen dat ik nog eens onderzoek heb gedaan naar wat stadstoerisme nu eigenlijk allemaal inhoud en wat de eigenschappen van toeristen kunnen zijn. Op basis daarvan ben ik er volgens mij in geslaagd een nuttige persoonlijke ondervinding over het thema te constateren.
Het grootste probleem dat ik kon vaststellen is het feit dat er vaak niet word voldaan aan de verschillende behoeften van de toeristen. Dit komt vooral omdat de toeristische actoren geen middelen hebben om de toeristen individueel te benaderen.
Ik ben erachter gekomen dat ik door middel van mijn project en het gebruik van Web 2.0 echter een oplossing voor dit probleem kan aanbieden en de stad kan laten inspelen op de verschillende verlangens van haar potentiële bezoekers door de toeristen onderling te laten communiceren en content te leveren op een platform.

donderdag 5 februari 2009

Uitbreiding brainstorm, motivaties & Web 2.0

Vandaag heb ik een structuur gegoten in notities die ik had genomen tijdens de les.
Hierbij heb ik alle uitkomsten van de brainstormen die we hebben gedaan in tabellen verwerkt.

Ook heb ik de brainstorm over toeristen ietwat proberen verbreden met enkele kenmerken:
  • reden van verblijf (zakelijk, ter ontspanning, huwelijk,...)
  • voorbereiding en informatie-inwinning (het al dan niet raadplegen van informatiebronnen, het bezoeken van sites, reisbureaus en het lezen van reisboeken)
  • boekingsinstantie (gebeurt de boeking rechtstreeks bij de accommodatie, volgens een ingeschakelde tussenpersoon of op een andere wijze)
  • bezoekgedrag (herhalingsbezoek of niet)
  • waardering van de stad
  • besteding
  • opleiding (heeft de toerist een opleiding gevolgd en afgemaakt, welke opleiding heeft hij gevolgd enz.)
We hebben gezien dat het proces van ons project is voorzien van drie spelers. Iedere speler heeft een andere motivatie om deel te nemen.
  1. opdrachtgever:
    De opdrachtgever is genoodzaakt deel te nemen omwille van het feit dat hij een bepaald product of een bepaalde dienst moet leveren. Moest de opdrachtgever niet deelnemen zou ook zijn doel niet bereikt worden. Het is aan de opdrachtgever om duidelijk en concrete richtlijnen te formuleren aan de realisator om de gebruiker zo goed mogelijk te bereiken. De positieve feedback van de gebruiker lijkt me den ook de grootste motivatie van de opdrachtgever.

  2. realisator:
    De realisator verdient zijn brood met het realiseren van opdrachten. Hij weet het best met welk medium en met welke techniek men de gebruiker moet bereiken en hij wordt hier dan ook voor betaald, wat volgens mij de grootste motivatie is voor de realisator om deel te nemen.

  3. gebruiker:
    In het geval van ons project is de gebruiker een potentiële toerist die graag meer wil weten over de stad. Zijn motivatie om mee te spelen is dus het inwinnen van de door hem gewenste informatie.
Daarnaast heb ik wat research gedaan naar Web 2.0, waardoor ik alsmaar meer gewaar wordt van de voordelen ervan.
  • bewaren en delen van webpagina's
  • ook privé
  • podcast & vodcast
  • instant messaging
  • forums
  • bijhouden weblogs
Bovendien heb ik vandaag ook de teksten op toledo volledig doorgenomen.
De volgende Web 2.0 toepassingen lijken me interessant om me op te baseren voor het project:
  • sociale netwerken
  • wiki's
  • blogs
  • communities

woensdag 4 februari 2009

Start

Om te beginnen heb ik een verslag geschreven van de les project 2.
Daarna heb ik reeds enkele persoonlijke bevindingen genoteerd omtrent het project .

In de eerste les van project 2 hebben we een aantal nuttige aspecten van het project besproken.
Om te beginnen hebben we getracht te achterhalen waarvoor stadstoerisme nu eigenlijk staat.

We zijn erop uitgekomen dat de term op te delen is in een diepe kern enerzijds en een rand of periferie anderzijds.
Onder de diepe kern verstaan we zaken zoals het gemeentebestuur of de toeristische dienst en de toerist zelf.
De perfierie omvat ondermeer scholen, cafés, restaurants, gelschieters enz.
Het is moeilijk om alle zaken onder deze twee partijen te verdelen en iets zoals een cultureel centrum ligt dan ook tussen de kern en de rand.

Daarnaast hebben we ook de elementen besproken die nodig zijn om een stad toeristisch op de kaart te zetten.
Bvb:


  • geschiedens
  • typische gastronomie
  • bekende personages, kunstenaars,...
  • imago
  • nachtleven

Bovenstaande zaken zijn dan weer omringd door een schil van faciliteiten die deze polen aantrekkelijker maken.
Bvb:

  • netheid
  • wegwijzering
  • sfeeraspecten
  • dichtheid van hetgeen men wil aanbieden of waarvoor men wil staan.
  • gastvriendelijkheid
  • toegankelijkheid

Daarna hebben we getracht onze doelgroep te segmenteren.
Hieronder staan de meest interessante segmentatiecriteria voor ons project die tijdens de les naar buiten zijn gekomen.

  • belangstelling
  • levenswijze (persoonlijkheid)
  • aantal (omvang)
  • gekoesterde verlangens en verwachtingen
  • mate van motivatie en voorbereiding

Verder kunnen we de toeristen onderverdelen volgens leeftijd, nationaliteit, geslacht, status, inkomen, godsdienst, verblijfsperiode, enz.

Tenslotte hebben we een brainstorm gedaan rond de term 'beleving' om er achter te komen wat een toeristche beleving kan zijn.

Hierbij bleek dat een beleving gekenmerkt kan worden door drie aspecten.

  1. Het gevoelsmatige aspect:
    Zo kan een toerist bijvoorbeeld genieten, bezinnen, verveeld zijn, gezelligheid en romantiek vinden, enz.
  2. Het sociale aspect:
    Dit aspect wordt gekenmerkt door de mensen waarmee de toerist omgaat. Zo kan hij bijvoorbeeld alleen maar ook samen met zijn familie, vrienden of gezin de stad bezoeken. Bovendien kan hij in de stad nieuwe mensen leren kennen.
  3. Het fysieke aspect:
    Dit aspect omvat de efficiëntie, tijd en moeilijkheidsgraad om een punt te bereiken, het weer, enz.

Ook hier zijn niet alle zaken die te maken hebben met een toeristische beleving onder te verdelen in de drie aspecten. Een voorbeeld hiervan is de prijs die de toerist uitgeeft voor de beleving.

Uit bovenstaande gegevens kan ik dus de conclusie trekken dat stadstoerisme een veelomvattende zaak is die niet alleen te maken heeft met toeristische voorzieningen van de stad, maar ook met niet toeristische plaatsen die evengoed aantrekkelijk kunnen zijn voor de bezoeker. Het is aan de hele stad om zichzelf zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Toeristen kunnen grote onderlinge verschillen vertonen, toch is het mogelijk een aantal groepen te definiëren die sterke overeenkomsten vertonen.

Voor mij is stadstoerisme ondergedompeld worden in een onbekende omgeving. Naast een sterke culturele belevenis is stadstoerisme voor mij ook een onvergetelijk avontuur waarin zorgeloos gefeest kan worden.

Ook ben ik beginnen lezen aan de inleidende tekst bij de briefing en is het nut van interactief en sociaal internet ten opzichte van toerisme al veel duidelijker dan voordien.
Zo is een Web 2.0 toepassing perfect om meningen en ervaringen tussen toeristen te delen, het toeristische aanbod weer te geven en mensen aan te spreken die zelfs geen reisplannen hebben.