woensdag 4 februari 2009

Start

Om te beginnen heb ik een verslag geschreven van de les project 2.
Daarna heb ik reeds enkele persoonlijke bevindingen genoteerd omtrent het project .

In de eerste les van project 2 hebben we een aantal nuttige aspecten van het project besproken.
Om te beginnen hebben we getracht te achterhalen waarvoor stadstoerisme nu eigenlijk staat.

We zijn erop uitgekomen dat de term op te delen is in een diepe kern enerzijds en een rand of periferie anderzijds.
Onder de diepe kern verstaan we zaken zoals het gemeentebestuur of de toeristische dienst en de toerist zelf.
De perfierie omvat ondermeer scholen, cafés, restaurants, gelschieters enz.
Het is moeilijk om alle zaken onder deze twee partijen te verdelen en iets zoals een cultureel centrum ligt dan ook tussen de kern en de rand.

Daarnaast hebben we ook de elementen besproken die nodig zijn om een stad toeristisch op de kaart te zetten.
Bvb:


  • geschiedens
  • typische gastronomie
  • bekende personages, kunstenaars,...
  • imago
  • nachtleven

Bovenstaande zaken zijn dan weer omringd door een schil van faciliteiten die deze polen aantrekkelijker maken.
Bvb:

  • netheid
  • wegwijzering
  • sfeeraspecten
  • dichtheid van hetgeen men wil aanbieden of waarvoor men wil staan.
  • gastvriendelijkheid
  • toegankelijkheid

Daarna hebben we getracht onze doelgroep te segmenteren.
Hieronder staan de meest interessante segmentatiecriteria voor ons project die tijdens de les naar buiten zijn gekomen.

  • belangstelling
  • levenswijze (persoonlijkheid)
  • aantal (omvang)
  • gekoesterde verlangens en verwachtingen
  • mate van motivatie en voorbereiding

Verder kunnen we de toeristen onderverdelen volgens leeftijd, nationaliteit, geslacht, status, inkomen, godsdienst, verblijfsperiode, enz.

Tenslotte hebben we een brainstorm gedaan rond de term 'beleving' om er achter te komen wat een toeristche beleving kan zijn.

Hierbij bleek dat een beleving gekenmerkt kan worden door drie aspecten.

  1. Het gevoelsmatige aspect:
    Zo kan een toerist bijvoorbeeld genieten, bezinnen, verveeld zijn, gezelligheid en romantiek vinden, enz.
  2. Het sociale aspect:
    Dit aspect wordt gekenmerkt door de mensen waarmee de toerist omgaat. Zo kan hij bijvoorbeeld alleen maar ook samen met zijn familie, vrienden of gezin de stad bezoeken. Bovendien kan hij in de stad nieuwe mensen leren kennen.
  3. Het fysieke aspect:
    Dit aspect omvat de efficiëntie, tijd en moeilijkheidsgraad om een punt te bereiken, het weer, enz.

Ook hier zijn niet alle zaken die te maken hebben met een toeristische beleving onder te verdelen in de drie aspecten. Een voorbeeld hiervan is de prijs die de toerist uitgeeft voor de beleving.

Uit bovenstaande gegevens kan ik dus de conclusie trekken dat stadstoerisme een veelomvattende zaak is die niet alleen te maken heeft met toeristische voorzieningen van de stad, maar ook met niet toeristische plaatsen die evengoed aantrekkelijk kunnen zijn voor de bezoeker. Het is aan de hele stad om zichzelf zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Toeristen kunnen grote onderlinge verschillen vertonen, toch is het mogelijk een aantal groepen te definiëren die sterke overeenkomsten vertonen.

Voor mij is stadstoerisme ondergedompeld worden in een onbekende omgeving. Naast een sterke culturele belevenis is stadstoerisme voor mij ook een onvergetelijk avontuur waarin zorgeloos gefeest kan worden.

Ook ben ik beginnen lezen aan de inleidende tekst bij de briefing en is het nut van interactief en sociaal internet ten opzichte van toerisme al veel duidelijker dan voordien.
Zo is een Web 2.0 toepassing perfect om meningen en ervaringen tussen toeristen te delen, het toeristische aanbod weer te geven en mensen aan te spreken die zelfs geen reisplannen hebben.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten